Psalm 121 t/m 150

 


Psalm 121, 5
De Heer is je wachter, de Heer is je schaduw aan je rechterhand

 

 

 


Psalm 127, 1
Als de Heer het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers.

 

 

 

 

Psalm 135, 116-17
Goden van andere volken zijn  van zilver en goud,
gemaakt door mensenhanden.
Zij hebben een mond, maar kunnen niet spreken, 
ze hebben ogen maar kunnen niet zien.
Ze hebben oren, maar kunnen niet horen,
er komt geen adem uit hun mond.

 

 

 


Psalm 139, 16
Alles werd in uw boekrol opgetekend,
aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er nier één.

 

 

 


Psalm 143, 6
Ik strek mijn handen naar u uit,
dorstig als droge aarde.

 

 

 


Psalm 150, 1
Looft hem in zijn machtig gewelf

 

Psalm 1 t/m 10
Psalm 11 t/m 20
Psalm 21 t/m 50 
Psalm 51 t/m 70
Psalm 71 t/m 100
Psalm 101 t/m 120
Psalm 121 t/m 150